Zorgwoning in de tuin Vlaanderen: vergunning, melding en regels
Wie een zorgwoning of zorgunit in de tuin wil plaatsen, botst snel op regels over oppervlakte, hoogte, afstand, bestemming en vergunning. Deze pagina zet de regels die vandaag gelden op een rij: wanneer een melding volstaat, wanneer een omgevingsvergunning verplicht is, welke termijnen gelden en wat er na de zorgsituatie moet gebeuren.
Bronnen en peildatum
De regels op deze pagina komen uit Zorgwonen zonder zorgen van het Departement Omgeving (regeling zoals ze geldt sinds 16 augustus 2021), uit de pagina Meldingsakte voor een stedenbouwkundige handeling op Vlaanderen.be en uit de EPB-pedia van de Vlaamse overheid. Nagekeken op 10 september 2026. De meldingsvoorwaarden over het aanpalende perceel, de oppervlaktemaatstaf en zonevreemde woningen zijn op 17 oktober 2026 opnieuw nagekeken op Zorgwonen op Vlaanderen.be; de EPB-maatstaf vanaf 2027 op 17 oktober 2026 in EPB-pedia. Lokale voorschriften kunnen strenger zijn: vraag altijd na bij je gemeente.
Wanneer volstaat een melding?
Een melding volstaat alleen als aan álle toepasselijke voorwaarden voldaan is. De opsomming hieronder is een samenvatting, geen volledige lijst.
Zorgwonen is het creëren van één kleinere, ondergeschikte woongelegenheid in of bij een bestaande hoofdzakelijk vergunde woning, voor maximaal twee personen waarvan minstens één 65-plusser of hulpbehoevende — of voor de zorgverlener, als de hulpbehoevenden in de hoofdwoning blijven. Sinds 16 augustus 2021 is dat in drie situaties meldingsplichtig in plaats van vergunningsplichtig:
- Binnen de bestaande woning: de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwoning en beslaat maximaal een derde van de bruto vloeroppervlakte.
- In een bestaand, vergund vrijstaand bijgebouw: maximaal 50 m² bruto vloeroppervlakte, geen bijkomende verharding behalve een strikt noodzakelijke toegang, aansluiting op de bestaande nutsvoorzieningen en waterafvoer.
- In een nieuwe, tijdelijke verplaatsbare unit: maximaal 50 m² bruto vloeroppervlakte, maximaal 3,5 meter hoog, volledig binnen een straal van 30 meter van de hoofdwoning, in de zijtuin tot op 3 meter of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De unit staat op het perceel van de hoofdwoning of, onder voorwaarden, op een onmiddellijk aanpalend perceel — dan volledig binnen 30 meter van de hoofdwoning en met de vereiste gezamenlijke (blote) eigendom, naast alle overige voorwaarden.
Wordt een bestaande woning of een bestaand bijgebouw uitgebreid, dan is niet een melding maar een omgevingsvergunning verplicht.
Termijnen: drie jaar, eenmaal verlengbaar
- Een tijdelijke, verplaatsbare zorgunit mag maximaal drie jaar per hoofdwooneenheid blijven staan.
- Die duur kan met een nieuwe melding één keer verlengd worden met maximaal drie jaar.
- Binnen drie maanden na het einde van de zorgsituatie worden de unit en de aangelegde toegang verwijderd.
- De bewoning moet starten binnen twee jaar na de meldingsakte, anders vervalt die akte. Ook het stopzetten van het zorgwonen moet gemeld worden.
Melding versus omgevingsvergunning
Bij een melding moet de overheid akteren binnen 30 dagen wanneer het om stedenbouwkundige handelingen gaat. Gebeurt dat niet, dan is er een stilzwijgende meldingsakte. Je mag starten de dag nadat de meldingsakte bekendgemaakt of bezorgd is, of de dag na het verstrijken van die termijn. Een omgevingsvergunning is verplicht zodra je buiten de meldingsvoorwaarden valt — bijvoorbeeld een ondergeschikte wooneenheid in een bestaand bijgebouw of een tijdelijke unit groter dan 50 m² bruto vloeroppervlakte, of een uitbreiding. Een ander perceel is geen automatische uitsluiting: een tijdelijke unit kan onder voorwaarden op een onmiddellijk aanpalend perceel staan, volledig binnen 30 meter van de hoofdwoning, met de vereiste gezamenlijke (blote) eigendom en alle overige voorwaarden.
Omdat de meldingsvoorwaarden de ondergeschikte wooneenheid in een bestaand bijgebouw of de tijdelijke unit begrenzen op 50 m² bruto vloeroppervlakte, bepaalt het regime in de praktijk ook welke units voor jou in aanmerking komen: het beschikbare aanbod staat op zorgwoning en zorgunit te koop, samen met de uitleg waarom wij over dat aanbod geen prijsvork publiceren. Volledige uitleg met voorbeelden: plaatsen van een zorgwoning met melding.
Zorgwoning, zorgunit of kangoeroewoning: welk regime geldt?
De drie termen die door elkaar gebruikt worden, vallen niet onder hetzelfde regime — en dat bepaalt of een melding volstaat.
- Zorgwoning is een juridisch statuut, geen bouwvorm: het gaat om één ondergeschikte woongelegenheid in of bij een bestaande, hoofdzakelijk vergunde woning, voor maximaal twee bewoners van wie minstens één 65-plusser, hulpbehoevend of erkend gehandicapt is. Een verbouwde zolder, een bestaand bijgebouw en een verplaatsbare unit in de tuin kunnen alle drie een zorgwoning zijn, zolang ze binnen de voorwaarden hierboven blijven.
- Zorgunit is de gangbare naam voor de fysieke unit die als zorgwoning geplaatst wordt. Voor de regelgeving is dat geen apart begrip: een unit in de tuin valt onder de meldingsvoorwaarden voor een nieuwe, tijdelijke verplaatsbare wooneenheid.
- Kangoeroewoning is iets anders: twee volwaardige woningen in één gebouw, elk met eigen voordeur. Daar is geen zorgstatuut voor nodig, maar wél een omgevingsvergunning, want je creëert een tweede woonentiteit.
Zoek je vooral het aanbod in plaats van de regels, dan staan de beschikbare units op zorgwoning en zorgunit te koop. Voor de Nederlandse regels geldt een heel ander stelsel: zie mantelzorgwoning plaatsen in Nederland.
Na de zorgsituatie: wat moet er gebeuren?
- Het stopzetten van het zorgwonen moet je melden bij de gemeente; de zorgwoning verliest dan haar statuut.
- Bij een tijdelijke verplaatsbare unit worden de unit én de aangelegde toegang binnen drie maanden na het einde van de zorgsituatie verwijderd.
- Ging het om een ondergeschikte wooneenheid binnen de woning of in een bestaand bijgebouw, dan blijft het gebouw staan, maar valt het gebruik als afzonderlijke woongelegenheid weg.
Verandert er iets aan deze regels?
Aan de meldingsvoorwaarden, de oppervlakte, de hoogte, de afstand en de termijnen op deze pagina verandert niets. Wat wél wijzigt is de EPB-plicht: voor aanvragen of meldingen vanaf 1 januari 2027 valt de EPB-plicht weg voor een vrijstaande zorgwoning met minder dan 50 m² bruikbare vloeroppervlakte. Dat is een andere maatstaf dan de maximaal 50 m² bruto vloeroppervlakte voor de melding, en een EPB-vrijstelling is geen toestemming om te plaatsen. Die wijziging staat volledig uitgelegd — met de letterlijke bepalingen en de bron van de datum — in wat verandert er in 2027 voor een zorgwoning in de tuin.
Praktische stappen — checklist
- Controleer de bestemming van je perceel en of het in ruimtelijk kwetsbaar gebied ligt.
- Verzamel het bewijs van de zorgsituatie (leeftijd, zorgbehoefte, attest).
- Vraag bij je gemeente na of een melding volstaat.
- Kies een geschikte unit (zie zorgwoningen kopen) of vraag een offerte bij een aanbieder.
- Dien de melding of vergunning in via het Omgevingsloket, samen met het inplantingsplan.
- Plaats de zorgwoning, start de bewoning binnen twee jaar en meld ook het stopzetten van het zorgwonen.
Veelgestelde vragen
Mag een zorgwoning groter zijn dan 50 m²?
Dat hangt af van de variant. Bij de meldingsroute mag de ondergeschikte wooneenheid in een bestaand bijgebouw of de tijdelijke unit maximaal 50 m² bruto vloeroppervlakte hebben, en moet de tijdelijke unit volledig binnen 30 meter van de hoofdwoning liggen, ook op een aangrenzend perceel; binnen een bestaande woning mag de zorgwoning maximaal een derde van de bruto vloeroppervlakte beslaan, gedeelde ruimten niet meegerekend. Er is dus geen algemene 50 m²-grens voor alle varianten. Val je buiten de meldingsvoorwaarden, dan heb je een omgevingsvergunning nodig (bron: Vlaanderen.be, Zorgwonen, nagekeken 17 oktober 2026).
Kan ik een zorgwoning in zone voor recreatie of landbouw plaatsen?
Niet automatisch uitgesloten, maar ook niet automatisch toegestaan. De regeling vertrekt van een bestaande, hoofdzakelijk vergunde woning en kent ook mogelijkheden bij zonevreemde woningen; voor een tijdelijke verplaatsbare unit gelden bijkomende gebiedsbeperkingen. Vraag vooraf bij je gemeente na wat op jouw perceel kan (bron: Vlaanderen.be, Zorgwonen, nagekeken 17 oktober 2026).
Wat als de zorgsituatie eindigt?
De zorgwoning verliest haar statuut. Bij een tijdelijke verplaatsbare unit moeten de unit en de aangelegde toegang binnen drie maanden na het einde van de zorgsituatie verwijderd worden. Het stopzetten van het zorgwonen moet je melden bij de gemeente (bron: Departement Omgeving, nagekeken 10 september 2026).
Geldt dezelfde regeling in Wallonië en Nederland?
Nee. Wallonië heeft een aparte regeling onder de CoDT. In Nederland geldt geen algemene vrijstelling tot 100 m²: het gemeentelijke omgevingsplan bepaalt wat vergunningvrij mag. De Wet versterking regie volkshuisvesting is in werking sinds 1 juli 2026; het uitvoeringsbesluit met de vergunningvrije regels voor mantelzorg- en familiewoningen is beoogd per 1 januari 2027, nog niet in werking (stand 7 oktober 2026, bron: VNG).
Aanbod op Moduna
Concrete woningen, modellen en aanbieders die bij dit onderwerp passen.